De plooirok is een tijdloos stijlicoon dat charmeert door de balans tussen technische precisie en luchtige elegantie. Achter de regelmatige plooien schuilen berekeningen: plooibreedte, plooidiepte en rokbanen worden zorgvuldig afgestemd om een vloeiende val te creëren. Nu de plooirok opnieuw volop aanwezig is – van catwalks tot dagelijkse outfits – is het zelf
maken ervan een manier om mode en vakmanschap samen te brengen. Ontdek hoe maten en formules omgezet worden in een eigentijdse, gracieuze look.
✄ - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - - - - -
De plooirok
Voor een plooirok heb je niet per se een patroon nodig. Met een beetje rekenwerk kun je de plooien zelf berekenen. Je hebt de volgende maten nodig: heupwijdte, taillewijdte, roklengte. Opdat de rok niet te strak wordt, tel je er bij de heupwijdte 4 cm bij op en bij de taillewijdte 2 cm.
Plooien berekenen
Voor de berekening neem je de heupwijdte als uitgangspunt. Heupwijdte plus naad gedeeld door de plooibreedte = aantal plooien. Of als er geen rond getal uitkomt: de heupwijdte plus naad gedeeld door het aantal plooien = plooibreedte.
Voorbeelden:
Heupwijdte 92 cm + 4 cm naad = 96 cm, dus:
- 96 cm heupwijdte : 6 cm plooibreedte = 16 plooien
- 96 cm heupwijdte : 8 cm plooibreedte = 12 plooien
- 96 cm heupwijdte : 10 cm plooibreedte = 9,6 plooien
Omdat 9,6 plooien niet mogelijk zijn, moet je de omgekeerde berekening maken: 96 cm heupwijdte : 10 plooien = 9,6 cm plooibreedte
Hoeveelheid stof
De plooidiepte is meestal 2x zo breed als de plooibreedte. Dit wil zeggen dat onafhankelijk van de plooibreedte en het aantal plooien je voor de totale wijdte de heupwijdte + 4 cm voor de goede pasvorm x 3 nodig hebt. Als we uitgaan van 96 cm heupwijdte (inclusief 4 cm extra naad) x 3 = 288 cm totale wijdte. De totale wijdte moet je – afhankelijk van de stofbreedte – van 2 of 3 rokbanen knippen.
Belangrijk: opdat de naden van de rokbanen in het midden van een plooidiepte komen te zitten, moet het aantal plooien altijd door het aantal rokbanen deelbaar zijn, bv. bij twee rokbanen door twee, bij drie rokbanen door drie.
Voorbeelden:
Bij 140 cm stofbreedte heb je in totaal 280 cm totale wijdte (= 2 rokbanen) ter beschikking. In dit geval moet je vanwege 8 cm (met naad 12 cm) een derde rokbaan kopen. Dit zou natuurlijk vrij ongunstig zijn. Je kunt daarom beter het ontbrekende aantal cm van de berekende plooidiepte aftrekken. 280 cm totale wijdte – 96 cm heupwijdte (inclusief 4 cm extra naad) – 4 cm naad = 180 cm. Dit getal wordt door het aantal plooien gedeeld: 180 cm : 16 plooien = 11,25 cm plooidiepte.
Bij 90 cm stofbreedte ga je als volgt te werk: 3 rokbanen = 270 cm totale wijdte. Omdat 16 plooien niet deelbaar zijn door 3, moet je het aantal plooien aanpassen, want het getal moet deelbaar door 3 zijn. Dan de plooibreedte en de plooidiepte opnieuw berekenen. Plooibreedte = heupwijdte 96 : 15 plooien = 6,4 cm. Plooidiepte = totale wijdte – heupwijdte en naad (bij 3 rokbanen 6 cm) gedeeld door het aantal plooien: 270 cm – 96 cm – 6 cm = 168 cm : 15 plooien = 11,2 cm.
Belangrijk: Bij het kopen van de stof de lengte van de rok plus naad en zoom berekenen. De band niet vergeten!
Taillewijdte berekenen
Het verschil tussen taillewijdte en heupwijdte wordt gelijkmatig bij de plooien verdeeld, dat wil zeggen dat de plooibreedte smaller wordt, de plooidiepte breder
Voorbeeld: Heupwijdte 96 cm en taillewijdte 64 cm; het verschil bedraagt 96 – 64 = 32 cm. Bij 16 plooien moet er dus bij elke plooi 2 cm gecorrigeerd worden. De plooibreedte is dan
niet meer 6 cm, maar 4 cm en de plooidiepte niet 11,25 cm, maar 13,25 cm.
Kbanen knippen
Meet bij de zelfkant de roklengte plus naad en zoom af en knip de stofbaan recht van draad tot de andere zelfkant door. Nu de tweede en derde rokbaan op dezelfde manier knippen. Bij de rokbanen de zomen afwerken.
Plooien op de rokbanen tekenen
De rokbanen met de verkeerde kant van de stof naar boven toe neerleggen. De heuplijn met kleermakerskrijt of met rijgsteken aangeven. Hiervoor vanaf de bovenrand de heupdiepte (ca. 18 cm) plus 1 cm naad voor de band afmeten. De plooien tekenen, daarbij met een halve plooidiepte plus naad beginnen. Dan afwisselend de plooibreedte en plooidiepte aangeven en weer
met een halve plooidiepte plus naad eindigen (een rokbaan van 140 cm stofbreedte en 16 plooien).


Rokbanen aan elkaar stikken
De plooien rijgen en vaststikken. De naden van de rok op elkaar spelden (goede kanten op elkaar). De naden stikken, daarbij voor de rits bij een naad slechts van de zoom tot de heuplijn en dan dwars naar de aansluitlijn voor de plooi stikken. De naden zigzaggen.


Opdat de rok mooi valt, knip je de taillerand middenvoor en middenachter 1,5 cm dieper (naar de zijnaad toe mooi laten verlopen). De band op de taillerand vastrijgen en de rok aanpassen. Als de rok niet overal even lang is, moet je de bovenrand van de rok overeenkomstig dieper uitknippen. Indien de rok hierdoor aan de bovenkant een beetje te wijd wordt, kun je het teveel aan wijdte bij de plooidieptes wegwerken.
Rits inzetten
De rits wordt zo ingezet, dat de voorrand over de rits heen ligt. De plooidiepte van de achterste splitrand tot 0,5 cm vóór de getekende aansluitlijn voor de plooi inknippen.


De plooidiepte 0,5 cm naast de getekende plooilijn naar de verkeerde kant omvouwen, rijgen.


De rits onder de rand leggen, net naast de tandjes vastrijgen, smal vaststikken. Bij de andere splitrand de plooi zo op de rits vastrijgen, dat de plooivouw bij de aansluitlijn voor de plooi ligt. De andere kant van de rits vaststikken. Aan de onderkant van het split schuin stikken. De band afwerken.


Door nauwkeurig te werken met de juiste maten en de verhouding tussen plooibreedte en plooidiepte af te stemmen, wordt de plooirok een oefening in precisie. Essentieel is het gelijkmatig verdelen van de wijdte tussen heup en taille, zodat de rok soepel valt zonder onnodig volume. Met deze techniek ontstaat een rok die zowel draagbaar als stijlvol is, en perfect aansluit bij de huidige trend van gestructureerde vormen.

