Leren naaien met burda: wanneer naai je het beste met de hand?

Hoewel de naaimachine de moderne confectie heeft veranderd, moet je af en toe ook met de hand naaien. Hiermee kun je bepaalde randen onzichtbaar afwerken, je kunt delen eerst met de hand rijgen en je kunt randen heel netjes afwerken. Elke naaitechniek heeft een specifieke functie en vult de mogelijkheden van de naaimachine aan. In deze blog bespreken we de belangrijkste steken, zodat je weet wanneer je het handig is met de hand te naaien, zodat het resultaat goed wordt.

Steken met de hand uitvoeren

Je werkt dan met normaal naaigaren. Bij het aannaaien van knopen, drukkertjes of haakjes en oogjes werk je met een dubbele draad. Alternatief: neem het dikkere knoopsgatengaren. Voor het rijgen neem je speciaal rijggaren. Belangrijk: stem de naald qua lengte en dikte op de stof en het garen af.

Voordat we de verschillende steken bekijken, is het goed te onthouden dat ze verschillen in functie (samenvoegen, rijgen, verstevigen, versieren) en in hun zichtbaarheid aan de goede kant van de stof. Hieronder een overzicht van de belangrijkste handsteken, hun toepassingen en hun technische bijzonderheden.

Als vuistregel geldt: Hoe fijner de stof, hoe dunner moeten het naaigaren en de naald zijn. Neem voor korte steken een korte naald, voor lange steken een lange naald. Leg in het begin van de draad een knoopje en maak aan het einde van een naad een paar extra steekjes.

De rijgsteek: met rijgsteken kunnen twee of meerdere lagen stof op elkaar geregen worden, bv. zakken en andere panden vastrijgen of lijnen aangeven. 

Rijgsteken worden van rechts naar links uitgevoerd. De steken zijn afwisselend aan de boven- en onderkant zichtbaar. De lengte van de steken bepaalt de stabiliteit. Met kleine steekjes kun je een rand rimpelen.

La Couture droiteLa Couture droite

De schuine spansteek: deze wordt toegepast, als twee lagen stof in lengte- en dwarsrichting niet mogen verschuiven.

De steken worden van boven naar onderen of van onderen naar boven uitgevoerd. De uitsteekplaats ligt steeds rechts van de insteekplaats. Korte steken die dicht op elkaar uitgevoerd worden, zorgen voor stevigheid, bv. bij een reverskraag. Als er echter een laag volumevlies op een stoflaag vastgeregen moet worden, mogen de steken gerust vrij lang zijn en de tussenafstanden vrij groot.

Exploiter les guides de votre machineExploiter les guides de votre machine

De achtersteek: deze steek is aan de goede kant slechts als klein puntje zichtbaar. Hij wordt vooral gebruikt bij het met de hand vastnaaien van een rits.

De achtersteek wordt van rechts naar links uitgevoerd: de naald insteken, na ca. 5 mm uitsteken, 1 à 2 weefdraden achter de uitsteekplaats weer insteken, na ca. 5 mm uitsteken, etc.

Exploiter les guides de votre machineExploiter les guides de votre machine

De stiksteek: steken voor stevige naden; worden echter nog zelden gebruikt bij korte stukjes naad of als een kapotte naad hersteld moet worden en het niet de moeite is dit werkje met de naaimachine uit te voeren.

De naald insteken, na ca. 5 mm uitsteken, ca. 3 mm achter de uitsteekplaats weer insteken, na dubbele steeklengte uitsteken. Weer precies bij de vorige uitsteekplaats insteken, na dubbele steeklengte uitsteken etc. De steken van rechts naar links uitvoeren.

Exploiter les guides de votre machineExploiter les guides de votre machine

De pikeersteek: deze steken zijn nauwelijks zichtbaar en worden hoofdzakelijk bij het vastnaaien van voering toegepast. Ook bij twee ingeslagen stofranden of bij het herstellen van een kapotte naad die alleen aan de goede kant bereikbaar is, wordt de pikeersteek toegepast. De steken worden van rechts naar links uitgevoerd.

Voering vastnaaien: de naald bij de gevouwen rand van de voering insteken, na steeklengte uitsteken. Precies onder de uitsteekplaats bij de zoom of het beleg van de stof insteken – daarbij niet naar de goede kant van de stof doorsteken – na steeklengte weer uitsteken. Precies boven de uitsteekplaats weer bij de gevouwen rand van de voering insteken etc.

Als twee ingeslagen stofranden aan elkaar genaaid worden, wordt altijd afwisselend bij de ene gevouwen rand en dan bij de andere ingestoken.

Exploiter les guides de votre machineExploiter les guides de votre machine

De flanelsteek: deze siersteek wordt toegepast om bijvoorbeeld niet-opstrijkbare tussenvoering vast te naaien of twee gevouwen stofranden aan elkaar te rijgen. Bij heel dikke en bij elastische stoffen wordt de zoom met flanelsteken vastgenaaid.

De flanelsteken worden van links naar rechts met korte rijgsteekjes – ten opzichte van elkaar schuin versprongen – uitgevoerd. Let er bij het vastnaaien van tussenvoering op dat je niet naar de goede kant van de stof doorsteekt. Dit wil zeggen dat je bij het weefsel slechts 1 à 2 weefdraden opneemt. Bij de tussenvoering mogen de steken gerust langer zijn, maar de stoflaag mag niet mee vastgezet worden.

Exploiter les guides de votre machineExploiter les guides de votre machine

Met de hand naaien is voor een professionele verwerking van modellen noodzakelijk. Elke steek heeft een eigen doel — of het nu gaat om rijgen, een voering onzichtbaar vastzetten, een naad verstevigen of een decoratieve afwerking maken, door de juiste steek te kiezen, afgestemd op de stof, is het vaak de beste oplossing. Met de hand werken is en blijft daarom de onmisbare aanvulling op de naaimachine voor de afwerking van modellen, maar ook voor de creatieve vrijheid.

En om alle basisprincipes van het naaien en patronen voor je eerste projecten in één boekwerk te hebben:

Burda boek 5e oplage: naaien is niet moeilijkBurda boek 5e oplage: naaien is niet moeilijk